Laat staatscommissie adviseren over lijstverbindingen en reststemmen

Mirjam Bikker 2014dinsdag 20 juni 2017 14:20

Vandaag staat de plenaire agenda van de Eerste Kamer in het teken van het debat over de "afschaffing van de mogelijkheid voor politieke groeperingen om lijstencombinaties te vormen". Senator Mirjam Bikker voert namens de ChristenUnie het woord. Zij is niet blij met dit wetsvoorstel: "Dit is een gemankeerd wetsvoorstel. Terwijl de Raad van State er al op wees dat de afschaffing van lijstencombinaties niet los gezien kan worden van de restzetelverdeling, kiest het kabinet ervoor om eenzijdig een streep te zetten door de mogelijkheid om als politieke partijen middels een horizontale lijstencombinatie mee te doen aan verkiezingen. Dit is in het voordeel van de grotere partijen en in het nadeel van de kleinere. Dat is omdat in Nederland een restzetelverdeling wordt gehanteerd op basis van het uitgangspunt het grootste gemiddelde aantal stemmen per zetel en niet op basis van welke lijst de meeste reststemmen heeft. De mogelijkheid van een lijstencombinatie maakt een correctie hierop mogelijk; een gelukkige correctie, zoals de Raad van State het noemde. Het zou goed zijn als de op verzoek van de Eerste Kamer ingestelde staatscommissie parlementair stelsel zich eerst over dit vraagstuk buigt, alvorens we als Kamer over een wet stemmen die een eenzijdige verandering in de Kieswet regelt."

Onderstaand kunt u kennis nemen van de volledige bijdrage van Mirjam Bikker aan het debat.

Voorzitter,

Wat nut ons de lijstverbinding? De indieners van de aan dit wetsvoorstel ten grondslagliggende motie waren daar stellig over. De toegevoegde waarde van de lijstverbinding aan onze representatieve democratie is er niet meer. De minister neemt die redenering over en gaat voorbij aan het advies van de Raad van State bij een eerder amendement met dezelfde strekking. Uit dat advies wordt één ding glashelder: het afschaffen van lijstencombinaties kan niet los worden gezien van de restzetelverdeling. De minister kiest nu wel voor schrappen van het een, zonder maatregelen te nemen voor de effecten bij het andere.

Geeft de huidige manier van werken problemen? Heeft het huidige stelsel eigenlijk niet lange tijd naar tevredenheid gefunctioneerd? In 2013 was de minister zelf ook nog tevreden. Welke problemen heeft hij sindsdien geconstateerd? Zijn er niet belangrijker issues als er gezocht wordt naar mogelijkheden tot versterking van het democratische stelsel?

In elk geval ervaart mijn fractie een onterechte verenging in de argumentatie voor de invoering van de mogelijkheid tot lijstencombinatie, te weten het verlangen naar een fusie van partijen. Het tweede argument voor de lijstverbinding was bij de invoering dat dit een kleine compensatie is voor de negatieve effecten van het stelsel van restzetelverdeling. Dat verdient meer gewicht dan dat het in dit wetsvoorstel krijgt. Het afschaffen heeft immers effect op de grootte van partijen, zowel Europees als landelijk als provinciaal als lokaal. De VVD citeerde in de voorbereiding terecht uit Van der Pot/Donner: het stelsel van grootste gemiddelden werkt ten nadele van kleine partijen. De minister houdt vol dat een eventuele correctie niet het oogmerk was van de lijstencombinatie, maar slechts een bijgevolg. Ik zou hem willen vragen om een reactie op het advies van de Raad van State over de afschaffing van de lijstencombinatie en de verhouding tot het systeem van restzetelverdeling: ‘Het aangaan van lijstencombinaties kan voor kleinere partijen een manier zijn om hiervoor te compenseren. Bij de invoering van de lijstencombinaties in 1973 werd dit nadrukkelijk erkend. De regering overwoog hierbij op grond van het advies van de Kiesraad over het voorstel: "dat de samenwerking voor de verkiezingen door lijstverbindingen tot gevolg kan hebben, dat de samenwerkende partijen één of meer zetels meer krijgen dan bij gescheiden optreden het geval zou zijn geweest, moet naar het oordeel van deze leden niet enkel als een premie op of stimulans tot die samenwerking worden beschouwd, maar kan tevens een op zichzelf gelukkige correctie opleveren op het geldende stelsel van toekenning van restzetels.’ Dit is een materieel gevolg van de lijstencombinatie, destijds een gelukkige correctie genoemd. Waarom wil de minister die gelukkige correctie niet? Waarom kiezen de grote partijen hier niet voor terughoudendheid? Hoeveel klachten heeft de minister ontvangen van kiezers over de huidige gang van zaken? De correctiefactor is wel erkend bij de herziening van de Kieswet van 1989 en destijds door een grote meerderheid van de Kamer tot uitdrukking gebracht bij het afwijzen van een amendement dat de lijstencombinatie wilde schrappen. Zijn er nu nieuwe argumenten? Dit wetsvoorstel doet zich met name bij kleinere partijen voelen. Het effect voor hen op lokaal en provinciaal niveau is te weinig gewogen.

Zijdelings noemt de minister nog dat dit voorstel verheldering betekent voor de kiezer. De  fractie van D66 wees echter in de voorbereiding al op de mogelijkheid dat partijen een gezamenlijke lijst opstellen en na de verkiezingen als gescheiden fracties plaatsnemen in het volksvertegenwoordigende orgaan. Wat zou de minister daar van vinden? Is de gewenste helderheid daarmee niet geheel in rook opgegaan? Is ideologische verwantschap tot uitdrukking brengen middels een lijstverbinding dan niet veel helderder? Waar heeft de kiezer meer aan?

De mogelijkheid van een lijstencombinatie is op advies van de Staatscommissie Cals/Donner in 1973 onderdeel van het Nederlandse kiesstelsel geworden. Destijds was het eerste argument de aanmoediging tot het samengaan van partijen. Daar kent onze parlementaire  geschiedenis ook voorbeelden van: in 1980 het CDA, 1990 GroenLinks en in 2001 mijn eigen partij de ChristenUnie. Nu zijn er pessimisten en optimisten, maar sindsdien zijn er toch met enige regelmaat geluiden over een linkse lente en een eventuele samenwerking van partijen ter linkerzijde geweest. De minister weet daarvan, heeft er een opvatting over. Maar toch acht hij de lijstverbinding niet meer nodig om dat te stimuleren. Ik zou hem willen vragen, waar baseert hij dat op? Hij zou de raadsverkiezingen van 2018 ook als proeftuin kunnen zien voor zijn favoriete nieuwe fusie tussen PvdA en GroenLinks. Hoe weet hij dat dit instrument lokaal is uitgewerkt? Uit de lokale praktijk weet ik in elk geval dat de lijstverbinding juist als georganiseerd contactmoment werkt dat behulpzaam is in de groei van vertrouwen die nodig is om ooit de eventuele sprong van samenwerking naar samengaan te maken.

Nederland is altijd trots geweest op haar stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Het begrip evenredig is verschillend uit te leggen, dat blijkt bij de overwegingen achter de keuze voor een stelsel van restzetelverdeling. Maar niet ontkend kan worden dat dit voorstel uiteindelijk de kleine partijen raakt. Nu heeft de minister nog een kans om een pas op de plaats te maken. Een denkpauze in te lassen, om na te gaan of het wel wijs is om het een te doen en het ander te laten. Juist omdat ik hem ook ken als een liefhebber van ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Het is al opgebracht door de PvdA-fractie  in de schriftelijke ronde en ook erkend door de minister dat dit een voorstel is dat binnen het bereik van de taak van de staatscommissie valt. Juist over de toekomst van het parlementaire stelsel, de positie van partijen, de inrichting van verkiezingen, zal deze commissie zich buigen. Klopt het dat de minister vooral vaart wil houden, maar dat er verder geen belemmeringen zijn om dit voorstel aan te houden tot het advies van de staatscommissie er ligt?

Over snelheid gesproken. De raadsverkiezingen van maart 2018 zijn zeer dichtbij en juist lokaal is er blijkens de consultatieronde veel weerstand tegen het voorstel. Wil de minister gezien het moment van de verkiezingen en het lokale draagvlak overwegen om indien het voorstel wordt aangenomen dit pas in april 2018 van kracht te laten worden?

Voorzitter, wat nut ons de lijstverbinding? Het kan een instrument zijn om een ontluikende liefde tussen partijen verder te voorzien van een vertrouwensbasis, het tegendeel is mij niet gebleken. Het is in elk geval een gelukkige correctie op ons stelsel van restzetelverdeling middels grootste gemiddelden. Daarmee heeft het afschaffen van de lijstverbinding effect op de omvang van partijen en met name de kleine partijen. Nu juist de toekomst van ons parlementair stelsel voorwerp van onderzoek is van de staatscommissie, vindt mijn fractie het van wijsheid getuigen om dat advies eerst eens af te wachten. Ik zie daarom zeer uit naar de reactie van de minister.

« Terug